Aanpassing xenonregeling vanaf 1 april 2012 (Nederland)

Aanpassing xenonregeling vanaf 1 april 2012 (Nederland)
De keuringseisen (APK) dat een voertuig voorzien van dimlichten met gasontladingslampen (xenon) en in gebruik genomen genomen na 31 december 2006, voorzien moet zijn van automatische hoogteregeling en koplampreinigingsinstallatie, komen per 1 april 2012 te vervallen. Deze twee eisen worden geschrapt omdat ze niet langer actueel worden geacht gezien de ontwikkelingen van gasontbrandingslampen op de markt. Door het vervallen van deze eisen uit de Regeling Voertuigen wordt voorkomen dat voertuigen onnodig aangepast moeten worden. Dit betekent dat bij inbouw van Pilotxenonverlichting, onafhankelijk van de ingebruiknamedatum van het voertuig en onafhankelijk van het aantal lumen geproduceerd, geen koplampreiningsinstallatie en hoogteregeling meer ingebouwd hoeft te worden.

Een actueel overzicht van de APK regelgeving is terug te vinden via deRijksdienst voor het Wegverkeer: http://www.rdw.nl/nl/voertuigbranche/apk/apkkeurmeesters/Pages/APKRegelgeving2011.aspx
Let op, de aangepaste keuringseisen zijn pas zichtbaar vanaf ingangsdatum 1 april 2012

De aankondiging van de wijziging in de Staatscourant (nr 19193, 28 oktober 2011) is hier te lezen:
http://www.officielebekendmakingen.nl/


Nieuwe wetgeving 1 mei 2009

Waarschijnlijk heeft u onlangs ook het één en het ander gehoord over de nieuwe wetgeving die op 1 mei 2009 wordt ingevoerd. Kortgezegd gaat het hierover:

Auto's die ná 31 december 2006 op kenteken zijn gezet zijn verplicht een koplampsproeier installatie te hebben en een automatische koplamp hoogte regelaar om met Xenonverlichting te mogen rijden.

Hieronder kunt u meer informatie vinden over deze wet;

(bron: kopie bijlage APK keurmeester Maart 09)

Wetgeving Xenon verlichting
(bron: Ministerie van verkeer en waterstaat)

Vanaf 1 januari 2007 moeten auto's die achteraf zijn voorzien van gasontladingslampen (ook bekend als Xenonlampen) aan dezelfde eisen voldoen als auto's die hiermee standaard zijn uitgerust.

Om een Europese typegoedkeuring te kunnen krijgen, moeten auto's met dimlichten die een lichtsterkte hebben van meer dan 2000 lumen (doorgaans zijn dit gasontladingslampen) aan een aantal eisen voldoen. Dit om te vermijden dat deze felle lampen andere weggebruikers verblinden.

De auto dient onder meer over automatische niveauregeling voor de dimlichten te beschikken. Daardoor blijft bij wisselende belading de hoogte-instelling van de lampen hetzelfde. Ook moeten koplampsproeiers aanwezig zijn om verblinding door strooilicht uit koplampen met vuile glazen tegen te gaan.

Tot nu toe waren in Nederland deze toelatingseisen niet in de permanente eisen overgenomen. Omdat het logisch is dat de maatregelen tegen verblinding ook getroffen worden als achteraf gasontladingslampen of andere, even sterke lampen worden gemonteerd, komt deze verplichting er alsnog.

Voorbeeld:
Heeft u een auto met het jaar 2000 (of een auto van vóór 1 januari 2007) dan hoeft u bij inbouw op dit moment niet te voldoen aan bovenstaande eisen. Als u een auto heeft uit het jaar 2007 dan moet u wel voldoen aan de eisen; Uw auto moet koplampsproeiers hebben.

 

 

 

Bovenstaande voorbeeld is gebaseerd op het onderstaande kopie van het officieel en meest recente versie van APK keuringseisen:

APK Keuringseisen
5.2 Personenauto’s Verlichting

Keuringseisen Wijze van keuren

Regelgeving Algemene Periodieke Keuring Aanvulling 13 corr versie 12-2007

§ 10. Verlichting, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen

Artikel 5.2.51 verplichte lichten en retroreflectoren
Personenauto’s moeten zijn voorzien van:

1. a. twee grote lichten; Visuele controle.
b. twee dimlichten, met dien verstande dat indien het voertuig is voorzien van dimlichten met gasontladingslichtbronnen en in gebruik is genomen na 31 december 2006 deze lichtbronnen moeten voldoen aan de daaromtrent in aanvullende permanente eisen, artikelen 115 tot en met 118 gestelde eisen, alsmede voor de installaties daarvan;
c. [...]

Artikel 115
Gasontladingslichtbronnen zijn lampen die gevoed worden door een (veel) hogere spanning dan de boordspanning. Er is in ieder geval sprake van een gasontladingslichtbronnen indien:
a. De lichtopbrengst van het dimlicht pas een moment na het inschakelen op maximale sterkte is;
b. De voedingsspanning van de dimlichtlamp verzorgd wordt via een hoogspanningstransformator, al dan niet voorzien van het volgende symbool.

Artikel 116
Dimlichten met gasontladingslichtbronnen zijn voorzien van een goed werkende koplampreinigingsinstallatie waarmee die gehele of een deel van het lichtdoorlatende gedeelte van de koplamp gereinigd wordt. De koplampreinigingsinstallatie wordt visueel gecontroleerd, waarbij de installatie in werking wordt gesteld.

Artikel 117
Bij de dimlichten met gasontadingslichtbronnen blijven de gasontladingslampen ingeschakeld wanneer het groot licht brandt.

Artikel 118
1. Dimlichten met gasonladingslichtbronnen zijn voorzien van een niveauregeling, welke de verticale helling van de lichtbundel automatisch aanpast aan de belading van het voertuig.
2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op voertuigen waarbij de verticale helling van de lichtbundel niet wordt beïnvloed door de belading van het voertuig.
3. Aan de eis in als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt niet getoetst tijden de algemene periodieke keuring ten behoeve van de aangifte van een keuringsrapport.

(bron: APK Keurmeester RDW; http://www.voertuigtoelating.nl/assets/bijlagen/03_Keuringseisen.pdf)


© www.Sky-Xenon.nl