Verplichte lichten en retroreflectoren

Artikel 5.2.51

Actuele regelgeving

1.

Personenauto’s moeten zijn voorzien van:
 
  1. twee grote lichten;
     
  2. twee , met dien verstande dat indien het voertuig is voorzien van dimlichten met gasontladingslichtbronnen en in gebruik is genomen na 31 december 2006, deze lichtbronnen moeten voldoen aan de daaromtrent in Aanvullende permanente eisen,
    artikelen 115 en 117, gestelde eisen, alsmede voor de installatie daarvan;

 

Kleur verplichte lichten

Artikel 5.2.53

Actuele regelgeving

  1. 1.

    De grote lichten, , stadslichten en  mogen niet anders dan wit of geel stralen.

 

Werking en toestand verplichte lichten en retroreflectoren

Artikel 5.2.55

Actuele regelgeving

1.

De in artikel 5.2.51 bedoelde lichten moeten goed werken. Indien een licht wordt gevormd door meerdere lichtbronnen, mag door defecte lichtbronnen het oorspronkelijk lichtoppervlak met niet meer dan 25% afnemen.

2.

De lichtarmaturen en de onderdelen daarvan moeten deugdelijk aan het voertuig zijn bevestigd. Indien er sprake is van corrosie is het bepaalde in Aanvullende permanente eisen, hoofdstuk 1, titel 2, afdelingen 1, 2 en 3, van toepassing.
 

3.

De glazen van de lichtarmaturen mogen niet zijn verwijderd.
 

4.

De glazen van de lichtarmaturen mogen niet zodanig zijn beschadigd, gerepareerd of bewerkt dat de lichtopbrengst en het lichtbeeld dan wel de functie nadelig worden beïnvloed. Hierbij is het bepaalde in Aanvullende permanente eisen, artikel 128, van toepassing.
 

5.

Lichten met dezelfde functie moeten nagenoeg van gelijke grootte, gelijke kleur en gelijke sterkte zijn. Lichten en retroreflecterende voorzieningen met dezelfde functie moeten nagenoeg symmetrisch links en rechts van het midden van het voertuig zijn bevestigd.
 

6.

De in artikel 5.2.51 bedoelde lichten en retroreflectoren, voor zover het lichtdoorlatend gedeelte betreft, mogen ten hoogste 25% zijn afgeschermd.
 

7.

De in artikel 5.2.51 bedoelde retroreflectoren van het voertuig mogen geen gebreken vertonen die de retroreflectie beïnvloeden.
 

7.

Indien de personenauto is uitgerust met een inrichting waarmee de dimlichtafstelling vanaf de bestuurderszitplaats aan de beladingstoestand kan worden aangepast, moet deze inrichting goed werken.
 

Afstelling dimlicht

Artikel 5.2.56

Actuele regelgeving

1.

De van personenauto’s moeten goed zijn afgesteld, waarbij is het bepaalde in Aanvullende permanente eisen, artikelen 113 en 114, van toepassing is.
 
  • 2.

    Personenauto's die zijn voorzien van een kenteken bevattende de lettergroep CD of CDJ of de lettergroep BN of GN en twee groepen van twee cijfers dan wel een vermelding inzake afwijkende koplampen in het kentekenregister, mogen zijn voorzien van met een afwijkend lichtbeeld. Hierbij is het bepaalde in Aanvullende permanente eisen, artikelen 113 en 114, van toepassing.
     
  • Voor meer informatie over de de wetgeving van verlichting kunt u vinden op de site :

     https://handboek.rdw.nl/personenautos/lichten-lichtsignalen-en-retroreflecterende-voorzieningen

     


    © www.Sky-Xenon.nl